Een dennenappel op de vensterbank,
de geur vervaagd met jaren, verdwenen,
maar nog immer de herinnering,
aan dagen met jou op een bergweide,
en nachtelijk samengaan met dageraden,
als de wereld kleurt door morgenlicht.
Wildebloemen, ruisend koren en beek,
en jij mijn lief, jij zoekt enkel jezelf,
tot die allerlaatste dag in mei,
ik niet langer meer kon blijven,
en alles was gezegd doch niets overbleef,
dan een dennenappel op de vensterbank,
de geur vervaagd met jaren, verdwenen,
maar nog immer de herinnering.